.
Mike bedenkt zich geen seconde. Hij stopt, springt uit zijn auto, gooit zijn jack uit, zoekt snel het door de plons zwart-troebele water af naar een geschikte plek om er in te gaan, en duikt de Passat achterna. Het volgende moment breekt hij twee nekwervels en voelt onmiddellijk alle gevoel uit zijn lichaam wegstromen. Want Mike’s reddingpoging strandt precies op een onder water afgezaagde beschoeiïng van houten palen, waar iets eerder al de Passat met zijn voortrein bovenop knalde en zichzelf over de kop hevelde. Nu is de jonge redder even hulpeloos als de mensen die hij te hulp is gedoken. Hij hoort het geluid van een auto, en roept. En roept. De Renault-rijder heeft zich te water gelaten en is in eerste instantie naar de Passat gezwommen. Met zijn handen voelt hij door de stukgesprongen ruiten niets dan bagage. Hij wendt zich tot de om hulp roepende jongeman die iets verderop ligt, zwemt hem naar de kant, en trekt hem op de wal.
.
Inmiddels is ook Coen Bruyns, Mike’s collega, bij de plaats van de ramp aangekomen en gaat onmiddellijk te water. Als brandweerman Berend de Weerd met gillend rubber stopt en aan komt rennen, ziet hij Coen tegen de Passat aan hangen en hoort hem schreeuwen: “Kom helpen! Er zitten nog mensen in!” Berend neemt met twee grote stappen de rietkraag en duikt – puur toeval – over de verraderlijke beschoeiïng heen. Hij ziet hoe brandweerman en plaatsgenoot Ton ter Schure ook het water ingaat. Coen Bruyns heeft inmiddels een klein meisje uit de auto weten te trekken. Berend neemt haar over, geeft haar door aan Ton, die met het kind naar de wal zwemt. Siem Tijmstra uit Avenhorn neemt Tons waterwerk over en zwemt naar Coen en Berend. Van alle kanten stromen nu redders toe; het gehuil van sirenes is niet van de lucht. Op de kant wordt meteen begonnen met het reanimeren van de kleine Lisa van Berkel.
.
Coen Bruyns, Berend de Weerd en Siem Tijmstra inhaleren om beurten grote teugen lucht en duiken naar het moeilijk bereikbare interieur van de Passat. Ze houden elkaar beurtelings bij de benen vast, want de Ringvaart stroomt. Er zit veel bagage in de weg; die moet eerst worden weggesleurd. Dan wordt een jongetje uit de auto getrokken. Even later, met alle moeite, een man. Freekje, en zijn vader Johan. Berend roept vanuit het water: “Als de zeven-zeven-drie komt moet die onmiddellijk vastmaken.” Hij doelt op de nieuwe hulpverleningswagen van Berkhout, die een lier op de bumper heeft. De trekhaak van de Passat steekt nog boven water uit. De auto moet worden omgekeerd, en naar de wal gelierd. Om 07.22 uur arriveert de 773 , het lieren begint, en de bedoeling lukt. Door het kapotte achterraam tussen alle spullen doorgraaiend krijgt Berend vat op een lichaampje dat in een kinderzitje zit. Hij slaat er zijn armen omheen, klikt het los, en zal zijn verdere leven niet meer vergeten hoe hij de 1-jarige Gijsje uit het water tilt en aan de wal overdraagt.
.
Gearriveerde professionele duikers uit Hoorn en Zwaag springen te water. Ze halen moeder Frouk achter het stuur vandaan. Vanuit Amsterdam is ook de traumahelikopter van de ANWB geland op de rampplek die op 8 graden en 32 kilometer van het VU-ziekenhuis ligt. De wentelwiek zal even later de bewusteloze kleine Lisa, door Coen Bruyns als eerste uit de natte hel gesleurd, naar een ziekenhuis in Leiden vliegen. De burgemeester van Westerkoggenland, Nico Groot, is er. De baas van Mike Smit en Coen Bruyns, Jack Dekker, komt aan. Tientallen hulpverleners zijn aan het reanimeren. Maar van alle mensen op de wal weet nog niemand met zekerheid iets over de identiteit van de slachtoffers en – dus – ook niet om hoe veel inzittenden het kan gaan. De duikers zoeken daarom door, speuren de nabije bodem van de Ringvaart af. Omdat de Renault-rijder, nog steeds aanwezig, zegt dat hij de Passat vanaf een boerderij aan de Walingsdijk de weg heeft zien opdraaien, mòet het bijna wel een gezin zijn dat daar woont.
.
Zuurkoolkweker Jaap Schaap, een van de eersten die aanwezig is en assisteert, brengt uitkomst. Hij dacht al dat het om dokter Van Berkel en zijn gezin ging, en vraagt aan de burgemeester om toestemming voor identificatie. De kweker herkent dokter Johan positief en meldt dat. Vanuit het gemeentehuis wordt de gezinssamenstelling bevestigd. Dan weet men: iedereen is op de kant. Aan een vrouwelijke arts, collega van Johan en vriendin van het gezin, de zware taak om de dood van twee volwassenen en twee kinderen vast te stellen. Om 09.00 uur die woensdagmorgen verlaat de laatste hulpverlener de plek des onheils. Door het dorp Ursem begint een verschrikkelijk bericht de ronde te doen. Langs de Walingsdijk gaan in de loop van die dag vlaggen halfstok. De gemeenschap maakt zich op voor collectieve rouw.
.
Een rouw, die op zondagmiddag 7 juli haar vertolking krijgt door een even indrukwekkende als hartverscheurende afscheidsdienst in de Sint Bavo-kerk van Ursem. Op het priesterkoor, temidden van een zee van bloemen, liggen in vier witte kisten Johan van Berkel, Frouk van Berkel-Seidel, Freek, en Gijsje opgebaard. Vrijwel de gehele bevolking, maar ook vrienden, collega’s, kennissen, defileren onder een beladen, welhaast mythische stilte langs het geliefde gezin. Op verzoek van de familie doet een fotografe haar werk. Voor later, als de kleine Lisa eventueel de foto’s wil zien. Lisa zal worden opgenomen door Johan’s broer Peter – eveneens huisarts – en zijn vrouw Nicolette in Nunspeet. In elk afscheidswoord dat wordt gesproken wordt held en mede-slachtoffer Mike Smit betrokken. Zijn aanwezige vriendin krijgt symbolisch een schaal met witte en blauwe druiven aangeboden. Voor Mike - motorcoureur en veelbelovend bokstalent - opdat elke druif hem herinneren zal aan de dankbaarheid en het medeleven van de families Van Berkel, Seidel, en de Ursemmer gemeenschap. Peter en Nicolette van Berkel krijgen, even symbolisch, de vier kaarsen die voor de slachtoffers waren ontstoken alsmede een bos rozen. Voor Lisa. De schooljuffrouw van Freekje leest hem nog één keer voor uit het prentenboek dat hij zo mooi vond: ‘Welterusten, kleine beer!’
.
Aldus.
.
Een ouderwetsch verslag, zoals dat in deze vorm nooit ofte nimmer door een tweets-bombardement aaneen zal en kan worden geregen. En? Is dat erg? Voorop gesteld dat het al erg genoeg is dat dit verhaal geschreven kon worden: nee, da’s niet erg. Wie zich bekreunt om de gongslag van een nieuwe tijdsgewricht, die heeft een probleem. Want de karavaan trekt onverbiddelijk verder. En daartussen zullen zich altijd vreemde types ophouden die verhalen blijven vertellen van meer dan 140 karakters. Verhalen, die meer dan een seqonde van de lezer vragen. Een Qwartiertje, bijvoorbeeld.
.
Post scriptum:
.
En Lisa? En Mike Smit? Ze leven, studeren, en werken voort. In weerwil van haar verlies. In weerwil van zijn dwarsleasie. Twee winters geleden werd Mike in het gemeentehuis van Westerkoggenland gehuldigd door het Carnegie Heldenfonds. De medaille die hij toen kreeg werd hem aangereikt door… Lisa.
.
En het 16-jarige Hoornse twittermeisje? Qwartje verstout zich tot de weergave van één tweet, gedaan op vrijdagmiddag 29 april 2011, 14.32 uur: ‘Onderweg naar de BEGRAVENIS VAN MAMA!! Me hart gaat tekeer!’
.
Op zichzelf een heel verhaal.





