HOORN - De Pvda in Hoorn is van mening dat de Gemeente Hoorn de bewoners van het Plan Groenwijck in de steek laat. De opleveringen van de woningen zijn volgens de PvdA niet gestroomd met de koopcontracten wegens ernstige afwijkingen. De PvdA vraagt om een reactie op een aantal vragen middels een brief aan het College.
De brief is als volgt opgesteld;
Hoorn, 31 januari 2012
Betreft: art. 43 vragen Plan Groenwijck, Watervilla III
Geacht college,
Eind 2010 hebben wij reeds vragen gesteld over de opgeleverde woningen in het plan Groenwijck. De bewoners van deze woningbouwlocatie zijn namelijk bij de oplevering van hun woningen geconfronteerd met ernstige afwijkingen in de bouw ten opzichte van hun koopcontract.
Enkele voorbeelden: de kleurstellingen zijn niet zoals overeengekomen, er is sprake van gebruik van inferieur materiaal en er zijn constructiefouten gemaakt waardoor bijvoorbeeld schuifpuien niet meer open/dicht konden. Ook is gebleken dat, ondanks de hoge duurzaamheidambities die de gemeenteraad bij vaststelling van het programma van eisen voor deze woningbouwlocatie heeft vastgesteld, de gemeente op geen enkele manier heeft gestuurd op het daadwerkelijk behalen van deze duurzaamheidsambities. Zo is door de bouwer op 23 december 2005 een bouwvergunning aangevraagd, vlak voor de strengere duurzaamheidseisen in het Bouwbesluit op 1 januari 2006 zijn ingegaan.
Al met al zet de PvdA Hoorn vraagtekens bij de hele gang van zaken rond de bouw van Groenwijck. Nu de Hoornse adviescommissie bezwaar hierover onlangs een uitspraak heeft gedaan, stellen wij u opnieuw vragen.
Wij zijn ons ervan bewust dat de gemeente geen partij is bij overeenkomsten tussen burgers en ondernemers. Echter, in deze zaak heeft de gemeente wel degelijk een rol. In de eerste plaats vanwege de afgegeven bouwvergunning en de handhaving en toezicht op de bouw. In de tweede plaats heeft de gemeente na verkoop van de grond een realisatieovereenkomst gesloten met de bouwer voor de bouw van deze woningen, waarin duurzaamheidsambities zijn verwoord (privaatrechtelijk).
Op deze twee aspecten spitsen wij onze vragen toe.
U gaf in uw beantwoording van januari 2011 al aan dat de bouwer zich op een aantal punten niet aan de bouwvergunning heeft gehouden die de gemeente heeft afgegeven. U gaf toen aan dat u in overleg met bewoners en bouwer zou bekijken hoe deze afwijkingen opgelost konden worden. Inmiddels is ons gebleken dat u voor een groot aantal afwijkingen ten opzichte van de bouwvergunning niet bent overgegaan tot handhaving van de vergunning, maar dat u de bouwtekeningen die voor de bouwvergunning waren ingediend achteraf door de bouwer hebt laten aanpassen. De gebreken ten opzichte van de eerder afgegeven vergunning zijn dus niet, zoals de bewoners graag wilden, opgelost.
1. Bent u het met ons eens dat het achteraf aanpassen van de bouwvergunning, alhoewel juridisch mogelijk, morele vraagtekens oproept jegens de bewoners die op een groot aantal punten een afwijkende woning hebben opgeleverd gekregen? Waarom wel of niet?
2. De gemeente is in directe zin geen partij wanneer een ondernemer zijn verplichtingen richting een burger niet nakomt. Echter in dit geval is dat twijfelachtig, omdat er ook strikte regels zijn opgenomen in het programma van bouwkundige eisen Woningen & Parkeergarage van maart 2003. Hierin staat onder andere dat de appartementen onder GIW garantie aan de markt aangeboden moeten worden. Bent u het met ons eens dat de bewoners ervan uit mochten gaan dat de gemeente erop stuurt dat hetgeen in het PvE is opgenomen (en overeenkomt met hetgeen zij in hun koopcontracten hebben staan) ook gerealiseerd wordt door de bouwer? Bent u het met ons eens dat, ondanks de eigen privaatrechtelijke overeenkomst tussen bewoners en bouwer, het verwerpelijk is om bouwvergunning en de onderliggende stukken achteraf in overeenstemming te juist vanwege de verwachtingen die de bewoners op basis van het PvE mochten hebben?
3. Met het waarmerken van de pas in 2011 ingediende aanvullende tekeningen voor de bouwvergunning heeft u de belangen van de bewoners in hun privatrechtelijke conflict met de bouwer enorm geschaad. Wij doelen hiermee op de procedure die door de bewoners in gang is gezet bij de Nationale Geschillencommissie Garantiewoningen. U heeft, ondanks een gesprek met vertegenwoordigers van de bewoners vlak na het waarmerken van de aangepaste tekeningen (3 maart), verzuimd de bewoners op de hoogte te stellen van dit waarmerken. Pas gedurende de lopende procedure bij de nationale Geschillencommissie kwam de projectontwikkelaar plotseling met de aangepaste bouwtekeningen naar voren (16 april 2011). Is het in dergelijke omstandigheden uw intentie om de belangen van de projectontwikkelaar bovengesteld te laten zijn aan de belangen van in onze gemeente Hoorn wonende burgers? Zo ja waarom en zo nee, wat is dan de reden van uw handelen?
4. Uit de uitspraak van de HAB blijkt dat, ondanks de klachten van de bewoners en de aanpassingen van de bouwtekeningen en de bouwvergunning, het gebouwde nu nog altijd afwijkt van de bouwvergunning. Dus ook na aanpassingen van de ingediende bouwtekeningen blijven er afwijkingen bestaan. De bewoners vroegen u daarom alsnog te handhaven en de HAB geeft hen daarin gelijk. Inmiddels heeft u een hernieuwd besluitgenomen om handhaving te laten plaatsvinden maar dat te doen op basis van de stand van zaken d.d. 22 december 2011. Daarbij wordt dus alles wat door het waarmerken en aanpassen van de bouwtekeningen voor de bouwvergunning gelegaliseerd is buiten beschouwing gelaten. De bouwer komt daarmee weg met zijn fouten. Vindt u dat u de belangen van de bewoners die vroegtijdig (2009/2010) de juiste signalen naar de gemeente Hoorn hadden afgegeven over de afwijkingen op de juiste manier weegt? Waarom wel of niet?
5. Uit het onderzoek van de HAB is gebleken dat er in al de gemeentelijke rapportages van de inspecties op de bouwplaats geen enkele schriftelijke afwijking is gerapporteerd ten opzichte van de bouwvergunning. Afwijkingen zijn pas achteraf, na oplevering van de woningen en klachten van de bewoners vastgesteld. Is het mogelijk dat, indien de gemeente eerder in het bouwproces de afwijkingen had geconstateerd, er meer punten naar tevredenheid van de bewoners opgelost hadden kunnen worden? Met andere woorden, is de oplossing van het achteraf aanpassen van de bouwtekeningen mede ingegeven door het niet tijdig signaleren van afwijkingen door de gemeente en het feit dat de woningen al geheel opgeleverd waren toen de gemeente de afwijkingen constateerde?
6. Vindt u, nu, blijkt dat ruim een jaar na uw constatering van de eerste afwijkingen het gebouwde nog altijd afwijkt van de bouwvergunning, dat u in dit specifieke geval in voldoende mate toezicht hebt gehouden op naleving van de bouwvergunning? Waarom wel of niet?
De gemeenteraad heeft met het vaststellen van het programma van eisen een duidelijke opdracht meegegeven om het plan Groenwijck volgens de hoogste duurzaamheidambities te realiseren. Deze opdracht is vervolgens vertaald in de privaatrechtelijke realisatieovereenkomst die u met de bouwer heeft gesloten. Echter, gebleken is dat er door de gemeente op geen enkele manier is gestuurd op deze ambities. De bouwvergunning die u de bouwer heeft verleend (publiekrechtelijke overeenkomst) was enkel gebaseerd op het bouwbesluit en deze bouwvergunning stond los van de realisatieovereenkomst. Ook de HAB constateert dat onduidelijk is gebleven hoe er getoetst is op de privaatrechtelijke realisatieovereenkomst die u met de bouwer heeft gesloten. Al met al is er daardoor een bouwlocatie opgeleverd die “slechts” voldoet aan de minimale richtlijnen in het bouwbesluit 2003. U heeft daarmee naar onze mening niet voldaan aan het duurzaamheids kader dat de gemeenteraad u in het programma van eisen Woningen & Parkeergarage maart 2003 heeft gegeven.
7. Bent u van mening dat u in plan Groenwijck heeft voldaan aan de “hoogst mogelijke” duurzaamheideskaders die de raad u heeft opgedragen? Waarom wel of niet?
8. Wat kan er in dit project alsnog hersteld dan wel verbeterd worden op het gebied van duurzaamheid daar waar dat nog steeds tot de mogelijkheden behoort?
9. Op welke wijze gaat u in de toekomst borgen dat kaders die in privaatrechtelijke overeenkomsten worden afgesproken ook worden gerealiseerd?
10. Hoe kan in de toekomst geborgd worden dat ambities die in privaatrechtelijke overeenkomsten worden gesteld zoals die in de realisatieovereenkomst, niet ondermijnd worden door publiekrechtelijke overeenkomsten zoals die in de verleende bouwvergunning?
Wij kijken uit naar uw beantwoording.
Met vriendelijke groeten,
PvdA Hoorn
Judith de Jong
Piet Bruijns





