Toespraken van respectievelijk Hans Stuijfbergen en burgemeester Onno van Veldhuizen bij de uitvaart op 11 mei 2009 van Harry van Lunteren:

Harry,

Ik zat gisteren met stapels boeken om mij heen aan tafel. En veel foto’s uit een recent en minder recent verleden. Ik snuffelde in oude kranten, ook in jouw eigen Hoorns Nieuwsblad, zelfs de laatste schriftelijke vragen die je als raadslid stelde heb ik nagelezen. Al die informatie en herinneringen is niet voldoende om nu te vertellen wat je voor mij en talloze mensen in je omgeving hebt betekend. Het is onmogelijk om jouw intense leven samen te vatten in enkele zinnen, in enkele minuten, of zelfs in uren tekst.

Harry, volgens ons ben je veel te vroeg heen gegaan. “Het is maar hoe je het bekijkt”, zou je zelf zeggen. Je stopte immers 48 uur in elk etmaal, we keken niet op van een mailtje diep in de nacht. Wat dat betreft ben je in feite 106 jaar oud geworden. Maar zelfs dan is het onmogelijk te accepteren dat je er niet meer bent.

Harry, je hebt ons wel vaker verbaasd met je doen en laten. Alleen deze week kwam het wel erg onverwachts. Het was een klap die misschien alleen te vergelijken is met het verliezen van ouders of een geliefde. Want veel mensen hielden op de een of andere wijze van jou! Je relaties waren voor sommige mensen niet helder, maar dat kwam waarschijnlijk omdat je te veel liefde gaf. De klap die deze week zo hard aan kwam, zijn we nog steeds niet te boven. De eerste dagen ontkenden we het, daarna dachten we dat Ene Harry een grap met ons uithaalde, maar langzaam kwam het pijnlijke besef dat je het deze keer hogerop had gezocht. Nog hoger dan ooit. Hoger dan de 442 meter hoogte die we haalden op de Sears Tower in Chicago, hoger dan de 417 meter van de Twin Towers in New York, indrukwekkende hoogtes waar ik met jou mocht staan. Het voelt alsof we weer aan de rand van de Grand Canyon staan, alleen ben jij nu weggegleden.

Harry, hoe moet ik nu in enkele minuten duidelijk maken wat voor een bijzonder mens je was? En dat ook nog eens namens al die andere mensen die je nu al ontzettend missen. Zelf zou je misschien zeggen: “Ga met z’n allen een borrel drinken en breng een toost uit”. Maar zo makkelijk is het niet. Bij alles wat er deze week om mij heen gebeurde moest ik aan jou denken en ik weet zeker dat dit voor veel mensen hier aanwezig ook gold. Toen ik dozen met wijn, Zuid-afrikaanse, geen Franse, in de auto zette, moest ik denken aan die talloze keren dat ik met jou lekker eten en drinken insloeg voor een feestje bij jou. Je had altijd wel een of meerdere privé-taxichauffeurs om je heen want zoals jezelf zei, “een kluns als ik zou nooit een rijbewijs kunnen halen”.

Ik dacht ook aan je toen ik op de radio hoorde praten over Moederdag. Voor het eerst in jaren kon je weer op die dag bij je moeder zijn, de moeder waar je je zo mee verbonden voelde. En uiteraard roepen allerlei boeken en muziekfragmenten herinneringen op aan omnivoor Harry. Want een alleseter was je: Je hield van klassieke muziek, maar ook van U2. Je hield van populaire cultuur, maar ook van Kunst met een hoofdletter.

Harry, je hebt in je te korte leven veel gewild en gelukkig ook veel bereikt. Je hebt zoals in het lied van Bram Vermeulen genoeg stenen verlegd zodat we je nooit meer zullen vergeten. Je was een pragmaticus, een doener, een sociale liberaal, je was zoals velen deze week opmerkten een mensenmens. Je was ook een Ram, net als ik. Bladerend door ons gezamenlijk archief kwam ik een beschrijving van dit eerste teken van de dierenriem tegen die je mij in de jaren ’80 stuurde met de opmerking “Wellicht moeten we dit aan het DB (dagelijks bestuur van Radio Hoorn) sturen, misschien dat ze ons dan  weer eens begrijpen.” Ik las de tekst opnieuw, hoewel ik helemaal niet geloof in deze symbolen: “Hoe men een Ram herkent. Heeft u al eens buitengewoon vriendelijk iemand ontmoet, met een onstuimige inslag evenwel, een stevige handdruk en een spontane lach? Heeft hij daarbij een ideaal te berde gebracht en werden in het bijzonder de onderdrukten heftig verdedigd? De Ram zal voor datgene, wat hij als onrecht ervaart, zonder aarzeling opkomen en zijn mening vrijuit verkondigen.” En iets verder lees ik: “De Ram heeft een geweldige fantasie en droomt schone dromen, maar liegen kan hij niet. Zoals u hem ziet, zo is hij ook.”
“Maar de Ram is vaak doof voor welgemeende raad. Hij houdt zich jarenlang en hoe dan ook de dokter van het lijf tot hij door uitputting volledig instort…”

Harry, de afgelopen week hebben opvallend veel mensen gevloekt. Gevloekt vanwege jouw normaal gewaardeerde eigenzinnigheid. Maar nu waren ze boos, verdrietig. Vorig weekend hebben enkele van ons nog geprobeerd je bij een dokter te krijgen, Margret heeft zelfs een bevriend dokter jou laten bellen. Je zei dat je maandag naar je huisarts zou gaan. Maandagmiddag mailde je enkele vrienden dat je je niet lekker voelde en voor dinsdag een afspraak had gemaakt. We moesten niet bellen, je zou ons op de hoogte houden per mail. Dat was je laatste mail, ik weet niet eens of je mijn vraag of je de dokter over alle klachten had geïnformeerd, nog hebt gezien. Verdomme Harry, deze keer was je te eigenwijs!

Harry, ik heb veel mooie dingen met je mogen bereiken en dat geldt voor veel mensen hier aanwezig. Ik kan onmogelijk alles noemen, maar ik zal wel alles onthouden. Dat we elkaar halverwege de jaren ’80 ontmoeten in de Pub op het Kerkplein, dat ik je eerst maar een vreemde vent vond. Dat je mijn praatprogramma snel overnam bij onze illegale radiozender Paradio. Dat we samen met burgemeester Janssens in 1988 het startsein voor Radio Hoorn, de officiële lokale omroep, mochten geven en daar in een soort duobaan programmaleiders waren. Ook hebben we nog samen gewerkt bij de lokale omroep in Utrecht, jij als directeur, ik als eindredacteur.

Harry, Ik herinner mij je huis aan het eind van de Grote Waal, twee flipperkasten in de woonkamer en 5-gangenmenu’s uit de magnetron. Je kon overigens wel goed koken, mede dankzij je opleiding Huishoudkunde, maar soms moest het makkelijk en snel. Ik zie ook nog het piepkleine huisje met privé-hofje naast de bibliotheek in de Wisselstraat. Zoals bij jouw gebruikelijk was het huis propvol met boeken, CD’s en tientallen pakken.

Harry, je gaf niet om geld. Wel hield je van mooie dingen en gezellige plekken. Je was vaak op een terras te vinden, je genoot van de Hoornse kermis en andere activiteiten. Kunst en cultuur waren voor jou heel belangrijk, maar ook ons nationale en internationale erfgoed. Je hebt je ingezet voor oude gebouwen, voor oude treinen, voor stoomboten, zelfs voor oude wegen zoals Route 66. Daar hebben we samen duizenden mijlen afgelegd, veel gepraat, maar ook veel gezwegen. Dat laatste soms omdat we niet met elkaars eigenzinnigheid uit de voeten konden, maar veel vaker omdat we beiden konden genieten van dat ruime en lege Amerikaanse landschap. Op o.a. Route 66, the Mother Road, kwamen we veel hartelijke mensen tegen. Stonden we zomaar in een dorpje met de plaatselijke kapper te praten of bezochten we de plaatselijke bibliotheek. Daar ontstonden ook onze ideeën over een Museum van de Twintigste Eeuw. Samen hebben we dat mogen realiseren en hoewel je de laatste jaren niet meer direct bij het museum betrokken was, had het nog je grote belangstelling. Ik zal je adviezen missen en betreur het dat je komende ontwikkelingen alleen nog van boven kunt bekijken.

Harry, Je hebt zoveel in je leventje gedaan. Je eigen Hoorns Nieuwsblad volgeschreven met kritische beschouwingen over jouw mooie stad Hoorn. Een uitgave begin jaren ’90 waarin menig politicus gefileerd werd. Vandaag komt er een speciale editie van het Hoorns Nieuwsblad uit. De allerlaatste… Ook belandde je via aktiegroepen als “Actiecomite Woontorens Nee” en “Stichting Behoud Karakter Hoornse Binnenstad” in de politiek. Je werd, liberaal in hart en nieren, zonder meer één van de beste raadsleden die onze stad de laatste jaren heeft gehad. En je had nog genoeg ambities. Graag had je als wethouder de stad Hoorn bestuurd. Zelfs posities als burgemeester en Commissaris van de Koningin zag je wel zitten. Ik had het graag nog meegemaakt.

Harry, Je hebt veel van de wereld gezien. Op sommige landen of steden raakte je bijna verliefd. Je hebt je zeer nuttig en populair gemaakt in de toeristische sector. Niet alleen in de regio Waterland, maar ook in West-Friesland en daarbuiten. Je verkocht jouw regio’s met oprecht en aanstekelijk enthousiasme en werd een begrip op menig toeristisch beurs. In augustus heb je zelfs nog je eigen Toeristisch Advies Bureau opgestart. De energie en de plannen waren er nog steeds.

Harry, Je was vanwege de Stoomtram vanuit Rotterdam in Hoorn beland en je was enorm van deze stad gaan houden. Je was import, dus een Horenaar. In één van je artikelen in jouw Hoorns Nieuwsblad schreef je in 1992: “Ook al woon je als Horenaar 80 jaar in deze stad, je zult nooit een Horinees worden.” Harry, ik heb nieuws voor je: Wat mij, en vele anderen, betreft ben jij een echte Horinees geworden.
Harry, Je bent aan je laatste reis begonnen, je laatste spoor, je laatste highway, heel hoog. We zullen je bulderende lach missen. Hoe je kon genieten van lekker eten en drinken met gezellige mensen. Tijdens jouw laatste raadsvergadering zei je het zo: “De wereld zou er heel anders uitzien indien men vaker aan zou schuiven bij copieuze maaltijden!”

Harry, Je woonde het laatst aan de Onder de Boompjes. Daar zijn recent grote bomen door de gemeente vervangen door enkele kleine boompjes. Afgelopen week is een enorme eik geveld op de Onder de Boompjes. Deze is helaas onvervangbaar.

Harry,
Kah-Wam-Da-Meh
(we zien elkaar)

Hans Stuijfbergen, 12 mei 2009

-------------------------------------------------

Beste Papa van Lunteren, broer, schoonzus, neefje en nichtjes, beste vrienden, kennissen, familie, collega’s, reisgenoten en tenslotte en niet op de laatste plaats goede, beste Harry,

Ik wil je namens ons allemaal nog een keer toespreken. Van harte hoop ik dat al die aandacht, vriendschap, liefde, waardering je toch nog mogen bereiken. Je zou het zo verdienen en het zou je misschien troosten bij het onaanvaardbare; dat je er zomaar niet meer bent. Bekocht zul je je voelen en zou je er artikel 43-vragen over kunnen stellen; zouden ze er per e-mail – je favoriete communicatiemiddel - al lang liggen. “Dit was niet de afspraak en zo ga je niet met elkaar om”. De landelijke pers zou dit keer ook al een afschrift hebben; de zaak is het waard.

Je bent wat te groot voor weinig woorden. Je essentie probeer ik te treffen. Een authentiek mens, streng in zijn waarden, waarin de vrijheid van het individu en zijn ontplooiingskansen, ongeacht kleur, levensovertuiging of geaardheid centraal stonden. Een mens die zich van nature eerder afzette tegen iedere autoriteit – de actievoerder - en later – denk ik - leerde dat democratische deelname aan de macht de beste bescherming daartegen oplevert. Je leerde het niet alleen; je wilde het ook. De nieuwsgierige, actievoerende lokale journalist werd een lokaal politicus. Dicht bij de mensen. Daar waar Den Haag en je geliefde Hoorn elkaar ontmoeten en er wat van moeten maken; de gemeenteraad. Je hield van het debat. Schuwde de polemiek niet en deinsde ook niet terug voor af en toe wat theater. De vorm en de timing kregen als drager van inhoud altijd ruime en warme aandacht. Humor was de olie. Ik slaap al drie jaar in een grijs geblokt werkershemd – boodschap: aan de slag college - dat de VVD-fractie onder jouw leiding gaf.
Wat je buitengewoon sierde – daarin was je groot - was dat je je kon laten overtuigen. Dat is politiek met een grote P. Evenzeer kon je buitengewoon goed na een aanvaring zonder werkelijk enige rancune verder; sterker nog, de relatie verdiepte zich. Daarin was je niet groot maar groots en liet je echt zien wie je als mens was. Maar het kon in zo’n geval ook volstrekt afgelopen zijn. Je had ook betonnen randjes. De gevolgen nam je voor lief. Vierkant gekanteld in het tegenlicht – vrij naar Jules Deelder- de nachtburgemeester van je geboortestad Rotterdam.

Je was een originele alleseter. Gek op mensen, plaatsen en verhalen. Vasthouden, begrijpen, behouden, doorgeven. Je reisde door de wereld met altijd een virtueel been in ons Hoorn. Vanuit heel Europa kwam je mail tot ons. We zien je gaan met dat gezellige, warme schommelloopje van je. De buik vooruit als warme introductie. Een rolkoffertje of de vuilniszak op maandagochtend – die laatste aanblik was meer dan eens het begin van mijn week – het ging beiden met gratie. En je leek altijd tijd te hebben, terwijl je die nooit had. Je dompelde jezelf onder in alles en iedereen – ik denk dat weinigen een tevergeefs beroep op je deden – en verloor jezelf daarin op de vleugels van nieuwsgierigheid, rechtvaardigheid, gezelligheid, loyaliteit en schoonheid. Je lichaam mocht daarbij geen spelbreker zijn. Zoiets doet het gewoon. En ook als de metertjes op rood staan rijden we door. Je had dan ook geen rijbewijs. Zelf keek je liever door de voorruit en verheugde je je op het volgende. Je had nooit één baan maar altijd twee, drie of vier. Je was een levensgenietende workaholic.

De laatste keer dat we elkaar zagen was in de Oosterkerk; de huiskamer van Hoorn. Ik zie je voor me ergens in het midden tussen al die decorandi uit onze stad, een oranjebittertje in de hand. Een klein lachje. Je zat daar goed en gepast tussen al die voortreffelijke mensen. Je was een van hen en een van ons en zo blijf je voortleven. Als antwoord op je niet gestelde artikel 43-vragen zul je dat heel eervol en heel waardeloos vinden. We zijn dat, lieve goede Harry, van harte met je eens. Kah-Wam-Da-Meh, jongen. Rust zacht.
 
Onno van Veldhuizen, 12 mei 2009