Smeren en fêteren onder Hoornse ambtenaren was gewoon

ingevoerd op 24-3-2004

In de gemeente Hoorn was in de jaren tachtig en negentig zowel ambtelijk als bestuurlijk sprake van een cultuur van “smeren en fêteren”. Het bewijs dat dit ook leidde tot ambtelijke of bestuurlijke corruptie is niet geleverd. Het aantal ambtenaren dat mogelijk over de schreef is gegaan, is “te tellen op de vingers van één hand”.
Over twee ambtenaren zijn stellige verklaringen afgelegd over door aannemers betaald bordeelbezoek. Eén ambtenaar onderhield aantoonbaar zodanig nauwe banden met één of meer aannemers, dat daarvan gezegd zou kunnen worden dat in arbeidsrechtelijke zin mogelijk sprake is van plichtsverzuim.
Dat zijn enkele conclusies uit het rapport Onderzoek Bouwfraude van Deloitte Bijzonder Onderzoek & Integriteitsadvies.

Wel is nu bekend gemaakt dat de voormalig directeur Gemeentewerken wordt ontslagen. Hij wordt ervan verdacht een auto en caravan te hebben geaccepteerd van aannemer Koop Tjuchem.




B. en W. van Hoorn hebben op basis van het (uit privacyoverwegingen geanonimiseerde) rapport besloten de achterliggende interviewverslagen op te vragen over vier onderwerpen:
- het bordeelbezoek
- de ambtenaar aan wie mogelijk plichtsverzuim kan worden verweten
- de “beschuldiging” over het lekken van aanbestedingsinformatie naar aannemers
- het bestaan van een visclub waarvan in hoofdzaak medewerkers van de gemeente Hoorn en medewerkers van een aannemer lid waren.
Op basis van deze informatie zal de gemeente besluiten of zij arbeidsrechtelijke maatregelen neemt. Het rapport is bovendien ter beschikking gesteld aan de hoofdofficier van justitie in Alkmaar.
De gemeente gaat in gesprek met de bouwbedrijven waarvan uit de op te vragen verslagen blijkt, dat vraagtekens kunnen worden gezet bij hun contacten met medewerkers van de gemeente Hoorn. Daarnaast onderzoekt het college of de aanbestedingsregels nog verder aangescherpt moeten worden. Bijvoorbeeld door te eisen dat aannemers die voor de gemeente werken, zijn aangesloten bij de Stichting Beoordeling Integriteit Bouwnijverheid.


In oktober 2003 hebben B. en W. Deloitte Bijzonder Onderzoek & Integriteitsadvies opdracht gegeven voor een onderzoek naar mogelijk onregelmatig gedrag van ambtenaren in relatie tot de bouwfraude. Doel van het onderzoek was het achterhalen van de waarheid over de geruchten en signalen over het over de schreef gaan van ambtenaren door het aannemen van giften of het verstrekken van gevoelige informatie. Medewerkers zijn uitdrukkelijk uitgenodigd om, op vrijwillige basis, hun verhaal te doen. Het gemeentebestuur wilde schoon schip maken en definitief een punt zetten achter het onderwerp bouwfraude. Pas dan kan met volle kracht gewerkt worden aan een organisatie waar integriteit een voortdurend punt van aandacht is. Hoorn is de eerste en voor zover bekend de enige gemeente, die zoveel moeite heeft gedaan om de waarheid op tafel te krijgen. Voor de gemeente zijn hiermee alle mogelijkheden uitgeput.

Hoorn voelde zich gedwongen tot eigen onderzoek, omdat Justitie had aangegeven niet méér te doen dan de al lopende onderzoeken in het kader van de bouwfraude. Op 29 januari 2004 werd bekend dat één van die lopende onderzoeken betrekking heeft op een Hoornse ambtenaar. Justitie heeft besloten deze ambtenaar strafrechtelijk te vervolgen. B. en W. hebben 22 maart besloten een ontslagprocedure te starten tegen de directeur van de voormalige sector Gemeentewerken. Deze ambtenaar heeft niet willen meewerken aan het onderzoek in opdracht van de gemeente.

Uitkomsten
Voor het onderzoek zijn in totaal 41 personen geïnterviewd, zowel (oud)ambtenaren als (oud)bestuurders (vanaf 1994). Het onderzoek strekte zich uit over de periode eind jaren tachtig tot eind jaren negentig. Het betrof vooral medewerkers en bestuurders die hadden te maken met de ontwikkeling van Hoorn als groeikern.
Uit de interviews blijkt dat sprake was van een cultuur waarin nauwe relaties bestonden tussen ambtenaren en bestuurders enerzijds en de bouwwereld anderzijds. De veelvuldige contacten werden zowel in groepsverband als in individueel verband onderhouden. Sommige daarvan worden door de onderzoekers als risicovol gekwalificeerd.
De cultuur binnen de gemeente bood geen barrières tegen verstrengeling van belangen. Het gedrag aan de top leek bovendien het eigen gedrag van ondergeschikten te legitimeren, blijkt uit de interviews.

Bedrijfsbezoeken, het ingaan op uitnodigingen voor evenementen en op uitnodigingen voor etentjes waren gebruikelijk.
In enkele gevallen was er sprake van door een aannemer betaald bezoek aan nachtclubs en bordelen. Daarmee hebben de betrokkenen zich in een chantabele positie gebracht.
Van één ambtenaar kan volgens de onderzoekers gesteld worden, dat deze “aantoonbaar zodanig nauwe banden onderhield met één of meer aannemers, dat daarvan gezegd zou kunnen worden dat in arbeidsrechtelijke zin mogelijk sprake is van plichtsverzuim”.
De onderzoekers maken verder melding van “beschuldigingen” over vertraging van een aanbestedingsprocedure door manipulatie en het lekken van aanbestedingsinformatie naar aannemers.
De onderzoekers stellen dat de laatste jaren geen sprake meer is geweest van wat zij de wat “zwaardere” feiten noemen, zoals bijvoorbeeld bordeelbezoek.

Anoniem
Het rapport bevat geen conclusies over personen. Conclusies zijn volgens de onderzoekers pas gerechtvaardigd als sprake is van een heldere, geaccepteerde norm en voldoende bewijs dat in strijd met de norm is gehandeld. Dat is niet het geval. De onderzoekers beschikken niet over dezelfde onderzoeksmiddelen als justitie.
Uit privacyoverwegingen is het rapport op verzoek van de gemeente geanonimiseerd. Dat heeft als nadeel dat de onderzoekers moesten generaliseren. Wie het 100 pagina’s tellende rapport leest, kan volgens de onderzoekers de indruk krijgen dat nagenoeg het voltallige ambtelijke en bestuurlijke circuit zich te buiten is gegaan aan onfatsoen. De onderzoekers nemen daar nadrukkelijk afstand van. De wat zwaardere vermoedens en verdenkingen die in de interviews zijn uitgesproken, betreffen niet meer dan een handvol personen.

Reactie B. en W.
Het college van B. en W. heeft besloten het rapport openbaar te maken. Het staat op de website van de gemeente. Alle medewerkers zijn vandaag geïnformeerd over de uitkomsten. Het rapport is bovendien ter informatie toegezonden aan de hoofdofficier van justitie in Alkmaar.
Het college heeft de achterliggende gespreksverslagen over vier onderwerpen opgevraagd. Het gaat om het bordeelbezoek, het onderhouden van te nauwe banden met aannemers, het lekken van aanbestedingsinformatie en het bestaan van een visclub waarvan in hoofdzaak ambtenaren en medewerkers van een bouwbedrijf lid waren. Op basis van deze tot personen te herleiden informatie beslist het college of arbeidsrechtelijke maatregelen moeten en kunnen worden genomen. Omdat het rapport is geanonimiseerd, is het de gemeente nu niet bekend om wie het gaat en of het om dezelfde of verschillende personen gaat.